Filosofisch internetgesprekVerslag workshop door Alle van Meeteren
Voor mijn workshop waren drie deelnemers, lekker overzichtelijk. We zijn niet toegekomen aan het bestuderen van het materiaal dat ik had verzameld.
- Een beschouwing van Dick Kleinlugtenbelt over het goede gesprek, ontleend aan de manier waarop Heidegger met de teksten van Nietzsche is omgegaan (Mensbeelden en Levenskunst, blz. 71)
- Een artikel uit de Volkskrant waarin een juniororganisatieadviseur de kans kreeg te klagen over senioren die de vernieuwing tegenhouden
- Een in januari jl. op nl.filosofie gevoerd gesprek, waaruit potentie tot een goed gesprek naar voren komt, maar waar ook de onmacht zichtbaar wordt om die potentie aan te boren.
Ad 1. Het stukje van Dick vond ik interessant, in de eerste plaats omdat hij de omgang met de tekst van een filosoof, een gesprek wenst te noemen. En vervolgens omdat hij een aantal voorwaarden formuleert waaraan een dergelijk gesprek dient te voldoen.
Voor mij was de cruciale zin in de beschouwing van Dick de volgende. De opgave van een goed gesprek is het opnieuw vatten van de kwestie in zijn meest wezenlijke betekenis voor jou. In die zin zit een spanning door de gebruikte metafoor. Hier wordt alleen de lezer aangesproken, de gesprekspartner is buiten beeld. Maar ik lees er wel de kern in van de boodschap die ik via de nieuwsgroep de wereld in wil brengen, namelijk, laat zien hoe je datgene begijpt, wat je gelezen hebt. En doe dat niet indirect, maar zo rechtstreeks mogelijk door er eigen formuleringen aan te wijden, zodat de ander dat niet hoeft af te leiden uit je reactie.
Ad 2. In het stuk uit de Volkskrant kwam naar voren dat de jonge hond Internet en de mogelijkheden daarvan wil gebruiken. Dit betekent dat er meer teksten worden uitgewisseld en dat er minder fysieke bijeenkomsten zijn. Ik wilde hiermee het belang onderstrepen van een onderzoek naar optimaal gebruik van die teksten. Internet zal de werkwijzen veranderen.
Ad 3. Het in januari gevoerde gesprek had ik ontsloten door elke bijdrage afzonderlijk van een kopje te voorzien. De kopjes zouden moeten aangeven wat er van de bijdrage te verwachten valt, maar voornamelijk moeten dienen om al bij de eerste benadering een werkbaar onderscheid te kunnen maken tussen de afzonderlijke bijdragen. Een onderscheid naar wie bijdroeg en op welk tijdstip vergt teveel van mijn geheugen.
Maar goed, het materiaal is blijven rusten. We raakten in een geanimeerd gesprek over Internet. Ieder van ons had zo zijn eigen ervaringen en manieren van (potentiële) aanwezigheid op Internet. Kennelijk had ik mijn workshop wat onhandig aangekondigd. De deelnemers dachten van mij te horen te krijgen welke ideeën ik had over de manier waarop een filosofische praktijkhouder Internet voor zijn praktijk zou kunnen gebruiken. Het bleek te gaan om - zoals een van de deelnemers het formuleerde - een kwaliteitsimpuls in Usenet, de nieuwsgroepen, vanuit de filosofische hoek.
En dat bracht ons op het idee de organisatie toestemming te vragen mijn idee centraal onder de aandacht te brengen. Het gaat om een interventie, waarbij wij de hulp nodig hebben van mensen. Op dit moment van schrijven is het idee om in september 2006 gesprekken te starten op de nieuwsgroep nl.politiek over politiek getinte onderwerpen. Ieder die aan de actie mee wil doen, ziet af van het gemak te reageren binnen de tekst van de ander (quoten). In plaats daarvan levert hij zijn bijdrage aan een doorlopende kroniek van het gesprek.
In het avondprogramma deelde ik na een kort betoog voor de vuist weg, kleine boekjes uit. In dit boekje is kort en helder uiteengezet, wat ik met tekstgesprek bedoel en hoe ik hoop de kwaliteit van het tekstgesprek te verbeteren.
|